Yes, een gezellige avond thuis.

Ik sta voor het krijtbord in de keuken. Zorgvuldig teken ik een streepje bij op het zwarte bod. Mijn statistiek ‘hoeveel keer heb ik deze maand al spaghetti gegeten?‘ raakt mooi aangevuld. Ja, het leven van een vrijgezel is keihard! ’s Avonds thuiskomen van het werk, schoenen en jas triomfantelijk in de hoek gooien, pot water op het vuur zetten, ernaast een even grote pot spaghetti-saus. Ik heb het reeds tot een dankbaar ritueel weten te bevorderen. Mijn gedachten dwalen af, ik bedenk me plots hoeveel vrijgezellen Italië in vroegere tijden wel niet gekend moet hebben. Hoe kunnen ze anders tot zo een geniale uitvinding als spaghetti komen? Ja mijn statistiek staat waarschijnlijk in schril contrast met deze cijfers, al doe ik behoorlijk mijn best.

Na mijn bord spaghetti met grote fijnproevers-geste te hebben leeggegeten, en na het aanvullen van mijn statistiek, zet ik mij in de zetel. Als professionele, vrijgezellen zetel-hangjongere heb ik ook dit reeds tot een ware kunst weten te verheven. Eigenlijk gaat het er best wel kunstig aan toe bij mij thuis. Kunst met een grote ‘K’. Nogmaals, het leven van een vrijgezel kan kunstig keihard. Maar bon, De afstandsbediening in de aanslag, limonade binnen handbereik, klaar om de dag in avontuurlijke Sci-Fi Thriller-stijl, compleet met puntoren en zoemende lasers, af te sluiten.

Net wanneer mijn wijsvinger sensueel dicht in de buurt komt van de play-toets, hoor ik gerommel. Verdorie, wat nu weer? Ik bevries de toestand in de woonkamer, krabbel overeind, en blijf even stil staan om te horen vanwaar het gerommel kwam… Ja daar heb je het weer! De slaapkamer! Al volledig meegezogen in de Sci-Fi film die nog moet beginnen, teleporteer ik mezelf naar de slaapkamer. Na 16 pogingen – lees stappen – slaag ik in mijn opzet. Mijn ogen speuren de slaapkamer rond… tot ik hem zie. Zijn staart onder het bed verraadt zijn schuilplaats.

Ik: “Beest?” Een stilte blijft hangen.“Beest? Wat ben je aan het doen?”
Beest: “Thomas, wil je me asjeblieft even laten?”
Ik: “Ja, maar ik hoorde je daar rommelen. Ik werd gewoon nieuwsgierig. Dat is alles.”
Beest: “Hey, wanneer jij loopt te mokken, of te snikken, en ik kom in je buurt, smeek je me ook om terug te vertrekken. Wel, ik ben aan het mokken! Dus wil je mij asjeblieft even wat ruimte geven?”
Ik aarzel even, wat zou er aan de hand zijn?
Ik: “Wat scheelt er, Beest? Voel je je niet lekker? Ik begin mij toch een beetje ongerust te maken.” Voor je het weet, wordt ie weer razend en tracht ie weer de bovenhand te grijpen.
Beest: “Je zou voor minder ongelukkig zijn hé, man. Wat dacht je nu?”
Ik: “Hoe bedoel je?”
Beest: “Je bent al maanden nuchter! Je geeft me geen aandacht meer! Soms denk ik zelfs dat je me gewoon probeert te vergeten!”
Ik: “Ja, wat dacht je dan? Alles wat je me reeds hebt aangedaan, Beest! Ja, het liefst zou ik willen dat je gewoon verdwijnt! Zo snel mogelijk! Maar ik weet dat je niet gaat vertrekken! Je hebt het zelf nog gezegd: Wij zijn één! Daarom laat ik toe dat je hier in huis rondloopt, dat je me vergezelt naar buiten. Maar je moet niet verwachten dat we beste maatjes gaan worden hé. Er is véél te véél gebeurd verdorie!”

Lap, zo’n zwaarwichtig gesprek aan mijn broek! En de USS Entreprise staat net te wachten op het televisiescherm om te vertrekken. Alsof het nog niet genoeg is dat ik op mijn werk een hele dag gezaag en geklaag moet aanhoren, dan is het thuis ook nog eens van dat! Verdorie toch!
Beest: “Hé Thomas, jij moet niet vloeken hé! Wie denk je wel dat je bent! Eerst duw je me weg, vervloekt me, vervolgens beslis je om mij uitvoerig op het internet te bespreken! Ik heb geen boodschap aan die blog van jou! … Nu zit je in de woonkamer, ik hier in de slaapkamer, en zelfs dat is nog te veel voor je! Jij moet niet vloeken hé…”
Een stilte valt. Mijn beest blijft me rustig aankijken. Het valt me op dat ie er veel minder dreigend uitziet dan gewoonlijk. Ik voel me rustiger bij hem. Hij is inmiddels vanonder het bed gekropen en op de rand gaan zitten. Hij ziet er weinig dreigend uit, maar eigenlijk lijkt hij me zelfs een beetje ongelukkig, sip, misschien zelfs depressief. Ik neem plaats op het bed naast hem. De stilte blijft echter stand houden.

Ik: “Heb je misschien zin om mee STAR TREK met me te zien?”
Mijn beest blijft voor zich uit staren.
Beest: “Ik weet het niet goed, ik lijk het gewoon te verliezen. Jij doet het goed, je kijkt steeds minder naar me om. Ik voel gewoon dat je minder angstig voor me bent. En daar voel ik me slecht bij. Je moet bang van me zijn verdorie! GHROAA!!!” Hij heft zijn klauwen op en spert zijn bek wijd open. Hij tracht kwaadaardig in mijn richting te kijken. Maar het lukt hem niet. De hele scène heeft iets weg van tekenfilm. En hij is de boze tekenfilmwolf die enkel maar pech lijkt te kennen.
Mijn beest begint het belachelijke van zijn poging in te zien. Hij laat zijn klauwen terug op zijn schoot vallen, zijn schouders zakken, en kijkt opnieuw voor zich uit.
Na zijn poging kan ik gewoon niet anders dan een lichte golf van medelijden te voelen voor hem.
Ik: “Kom Beest, we gaan samen onze film zien! Laat het even voor wat het is, en we gaan ons samen in een wild STAR TREK-avontuur storten!” …

Wordt vervolgd…

One thought

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s